ROTTERDAM, 5 augustus 2026 – Op 20 februari 2026 pleegde de vijftienjarige verdachte samen met een medeverdachte een gewapende overval op een juwelierszaak in Schiedam. Terwijl de medeverdachte met een hamer vitrines kapotsloeg en sieraden meenam, hield de tiener een start- of alarmpistool gericht op drie medewerkers. Hij riep daarbij naar de slachtoffers dat zij op de grond moesten liggen en niet mochten kijken. Volgens de rechtbank liet de verdachte zich tijdens deze gewapende beroving enkel leiden door financieel gewin en nam hij de ernstige gevolgen voor het personeel op de koop toe.

Celstraf en werkstraf voor tiener

De rechtbank Rotterdam heeft de tiener veroordeeld tot een jeugddetentie van 223 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het onvoorwaardelijke deel van deze celstraf staat exact gelijk aan de tijd die de jongen al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast is er een werkstraf van 60 uur opgelegd, die bij het niet goed uitvoeren kan worden omgezet in 30 dagen jeugddetentie.

Omdat de verdachte in België woont en het jeugdstrafrechtsysteem daar anders is, bleek toezicht door de Nederlandse jeugdreclassering niet uitvoerbaar. Hierdoor zijn er geen bijzondere voorwaarden gekoppeld aan de proeftijd, maar geldt alleen de algemene voorwaarde dat hij geen nieuwe strafbare feiten mag plegen.

Forse schadevergoeding voor slachtoffers

De gewelddadige beroving heeft diepe sporen achtergelaten bij de drie medewerkers van de juwelier en heeft geleid tot ernstige psychische klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en aanhoudende gevoelens van onveiligheid, woede en angst in het dagelijkse leven. De verdachte is daarom veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan alle drie de slachtoffers. Gezamenlijk met zijn mededaders moet hij de volgende bedragen vergoeden:

  • Een bedrag van €8.053,14 aan het eerste slachtoffer, bestaande uit zowel materiële als immateriële schade.
  • Een bedrag van €3.000,- aan immateriële schade aan het tweede slachtoffer.
  • Een bedrag van €5.520,09 aan het derde slachtoffer.